De Nederlandse Vioolbouwschool


Denk bij het woord school niet meteen aan rooster, klassikale les en spijbelen, hoewel het gebouw van de NVS oorspronkelijk, rond 1900, is neergezet als een Friesche dorpsschool met 2 lokalen. Met "school" bedoel ik in dit geval een samenhangende methode van werken die door een tastbare groep mensen gevolgd en geperfectioneerd wordt, en die tot bovengemiddelde resultaten leidt.


Mijn uitgangspunt is dat, als je de klassieke Italiaanse vioolbouw beschouwt als het hoogst haalbare, je zoveel mogelijk dient te onderzoeken hoe de bouwers in die tijd, en op die plek werkten. Vrijwel alle moderne vioolbouwscholen zijn geworteld in de 19de eeuwse Duitse traditie, en dat is een eigen traditie, die met de Italiaanse werkwijze maar zijdelings te maken heeft. Een gevolg van onze benadering is bijvoorbeeld, dat we zoveel mogelijk proberen te werken met de middelen die ze toen ook gehad zouden kunnen hebben: dus geen, of in ieder geval zo weinig mogelijk, elektrisch gereedschap, geen computer, wel zelfgemaakte eenvoudige olielak, die dus langzaam droogt, etc.


Voorbewerkte onderdelen (voorgefreesde bladen en krullen bijvoorbeeld) worden ook niet gebruikt. De bedoeling is niet een viool in elkaar te zetten, maar viool te leren bouwen. Toetsen, stemsleutels en ander "zwart werk" worden wel voorbewerkt gekocht, maar de purist kan ze ook zelf leren maken.


Wie al met enige vioolbouwbagage komt, zal merken dat allerlei werkvolgordes, manieren van werken, hanteren van gereedschap etc. hier en daar afwijken van het gebruikelijke. Dat hangt deels samen met mijn zoektocht naar het klassieke Italiaanse bouwen, deels zijn het methodes die ik al lesgevend heb ontwikkeld, zodat ook een beginner betrouwbaar tot een goed resultaat kan komen. Waarbij over de jaren gebleken is, dat het ook heel goed gaat als je geen ervaring met houtbewerking hebt.


Maar, een grote voorsprong heb je, als je het instrument dat je gaat bouwen, goed kunt bespelen. Je kunt het dan helemaal naar eigen idee op klank afwerken. Hoe beter je klankvoorstelling en techniek zijn, des te mooier wordt het resultaat. Als je wat verder leest, zul je zien dat deze aanpak niet alleen historisch goed te verantwoorden is, maar eigenlijk de enige manier is, waarop je de ogenschijnlijk chaotische verdeling van de bladdikte, die typerend is voor klassieke Italiaanse instrumenten, zinnig kunt verklaren. Dus, strijkers, wie om welke reden dan ook tijd over heeft: kom bouwen en maak voor jezelf een echt mooi instrument.


Het heet vioolbouw, maar daar vallen uiteraard ook onder altviool, cello, contrabas, kinderviool, barokviool, -alt of -cello, violone, viola d'amore, of violoncello da spalla (armcello). En je hoeft niet, als je eigenlijk een cello of een bas wilt bouwen, met een viool te beginnen.