Altviool


Dit instrument is in 2014 gebouwd door Ko van de Beld. Ko bouwt, na wat geoefend te hebben met violen, de laatste jaren uitsluitend altviolen, dit is de derde. Ko is een van de steunpilaren van ons altviool project. Het officiŽle label van de school bestond toen nog niet.


Het model van deze alt is na veel experimenteren tot stand gekomen, op basis van een kleine altviool van Gasparo Bertolotti: brede, korte taille, de f-gaten vrij lang en vrij ver uit elkaar geplaatst. De belangrijkste afmetingen van dit instrument zijn (in mm): corpuslengte 413, bovenbreedte 195, taille 131, onder 240, gemeten met een flexibele liniaal over de welving. De kranshoogte is 37 en de snaarlengte 377. Al met al dus een redelijk gemiddelde alt. Er worden aan de school kleinere gemaakt, ook naar Gasparo.


In hele grote alten, ook al zijn die tegenwoordig de mode, geloof ik niet. Het stelt bijna onredelijke eisen aan de fysiek van de bespeler, en, hoe groter de alt, des te meer gaat het timbre op een kleine cello lijken. Dat is vooral in kamermuziek geen goede ontwikkeling. Veel altpartijen, vooral klassieke, zijn duidelijk geschreven met het karakteristieke, wat weemoedige timbre van de wat kleinere alt in gedachten.


De alt is gebouwd over een binnenmal. Blokken en lijmranden zijn van wilg. De lijmranden van de taille zijn ingelaten in de hoekblokken. Van het esdoorn van het corpus, spant de krans, met een diepe, regelmatige vlam duidelijk de kroon. Het bovenblad heeft een gemiddelde nerfbreedte, mooi regelmatig en recht.


De zeer hoge welvingen van het origineel hebben we niet gekopieerd. Het idee daarachter is dat we proberen de kracht wat egaler te verdelen over laag, midden en hoog, door het Bresciaanse model, dat de lage kant van de klank bevoordeelt, te combineren met een Cremonese welving, die er duidelijk op ontworpen is om de bovenkant van de klank goed tot uitdrukking te brengen.



        


        



De inleg is gemaakt van ebben en esdoorn. Voor het wit is zeer smal en diep gevlamd esdoorn gebruikt, wat een feestelijke parelstructuur oplevert. In de f-gaten is de Bresciaanse afkomst nog duidelijk te herkennen, al zijn ze enigszins gemoderniseerd. De krul is naar een model van de school. Met die wijde tweede winding eerder mannelijk dan elegant.


Het oppervlak is eerst bestreken met kaliwaterglas, waarna een volledige, goud-gele grondering met lijnolie en pigmenten. Daaroverheen klassieke olielak oranje-bruin, zelfgestookt van lijnolie, kolophonium en sandarac. Op de foto van het bovenblad kun je goed zien hoe minimaal de laagdikte is: de structuur van het hout is nog volledig te zien.


De zorgvuldigheid van het werk, die ook al uit het lakwerk spreekt, is aan vele details af te zien. Elegante randen, hoeken en inleg, mooie strakke krul en zuiver gesneden f-gaten. Dit is duidelijk een instrument dat met toewijding is gebouwd door iemand met ervaring.


De klank is zeer egaal over de snaren, vrij van wolven of andere onwillige tonen, en komt verbazend makkelijk. Aan de ene kant een mooie, zingende a', onder een sonore c met een goede focus. Dit instrument paart flexibiliteit van klank aan een groot dynamisch bereik . Algemeen zou je de klank als klassiek of edel kunnen bestempelen.


In aanmerking genomen de bouwtechnische en klinkende eigenschappen, mag deze alt voor €3750,00 van eigenaar verwisselen.